Logo Utrecht University

Digital Humanities Lab

News and interviews

Interview with the Lab’s programmers

Door Alex Hebing

Het kloppende hart van het Digital Humanities Lab wordt gevormd door haar team. In dit interview een nadere kennismaking met de twee programmeurs/ontwikkelaars van het Lab, Julian Gonggrijp en Martijn van der Klis.

Om te beginnen: wat is het Digital Humanities Lab, en wat is in jullie ogen de functie ervan?

Martijn: De belangrijkste functie van het Digital Humanities Lab is het uitvoeren van ICT-wensen van onderzoekers, waar ze zelf niet de kennis voor hebben. Binnen het Lab wordt er dan meegedacht om die ideeën vorm te geven en te zorgen dat onderzoekers ze kunnen realiseren. Je ziet hier vaak onderzoekers rondlopen die mooie ideeën hebben, maar die niet weten hoe ze zoiets voor elkaar kunnen krijgen. Onze taak is in eerste instantie om te kijken of zo’n idee überhaupt uitvoerbaar is, en vervolgens kunnen we eventueel ook aan de slag gaan om de betreffende plannen uit te voeren en, als dat nodig is, de betreffende software te creëren.foto met onders3

Julian: In zijn algemeenheid zou je kunnen zeggen dat het Digital Humanities Lab, als onderdeel van de brede ontwikkeling die de opkomst van de Digital Humanities inhoudt, het mogelijk maakt voor alle geesteswetenschappen om de tools te gebruiken die er zijn, en om ook nieuwe software te ontwikkelen. Dat kan, qua insteek en disciplines, heel breed zijn natuurlijk. In die zin draagt het Lab bij aan belangrijke ontwikkelingen binnen de geesteswetenschappen.

Stel dat ik een aanvraag doe als onderzoeker, wat gebeurt er dan? Gaan jullie meteen programmeren of hoe moet ik dat voor me zien?

Martijn: Het Lab houdt aanvraagrondes, zoals er laatst in augustus eentje was, waarin onderzoekers een aanvraag kunnen doen voor een klein ICT-project. Als zo’n aanvraag binnenkomt gaan wij die uitgebreid bekijken. Hebben de onderzoekers een duidelijk beeld van wat ze willen? Heel vaak wordt er bijvoorbeeld gevraagd om een app, maar vaak is dat niet de juiste oplossing. Dan denken wij mee over wat dan wel de juiste technische oplossing is voor het betreffende vraagstuk. Onderzoekers komen dus met een idee en wij bekijken wat technisch gezien daar de meest handige oplossing voor is. Soms implementeren we die zelf, en soms geven we enkel advies.

Julian: Het komt ook wel voor dat we meer invulling geven aan een idee. Ik werk nu bijvoorbeeld aan een webapplicatie, een online survey aan de hand van kleurplaten. Daarbij werk ik mede aan de hand van wat de onderzoekers willen vinden qua resultaat, dus het vraagstuk dat ze willen beantwoorden is leidend. Ik denk dan ook mee over wat voor gegevens je daarvoor zou moeten verzamelen. Zij willen bijvoorbeeld hun verwachtingen over wat mensen gaan invullen vergelijken met wat mensen daadwerkelijk hebben ingevuld, en ik heb bedacht dat de onderzoekers dan van tevoren ook moeten kunnen aangeven dat ze voor een bepaald vakje bijvoorbeeld ‘niet rood’ als verwachting hebben.

Martijn: Ja, tijdens het programmeren ontdek je dat soort dingen, belangrijke parameters die ook gemeten moeten worden. En dat is ook deel van onze taak, om dat soort aspecten te ontdekken.

In hoeverre moeten onderzoekers zelf bekend zijn met programmeren en het werken in code, bijvoorbeeld om zo’n ‘niet-kleur’ in te voeren?

Julian: Totaal niet. Wij leveren echt oplossingen voor eindgebruikers, dus onderzoekers hoeven daar niet zelf voor te kunnen programmeren. In het voorbeeld van die online survey met kleurplaten kunnen de onderzoekers dus simpelweg aanklikken welke kleur of niet-kleur ze verwachten.

Martijn: Aan de andere kant moeten aanvragers wel weten dat het niet zo is dat ze hun aanvraag doen en dat er dan automatisch over een maand of wat iets moois uitrolt. In het bedrijfsleven zie je dat ook wel, dat klanten vaak denken van: “ik heb mijn zegje gedaan, de programmeurs maken het verder wel af”. Zo gaat het niet. Het is echt een proces dat de aanvrager met ons aangaat, en zo’n onderzoeker zal er zelf ook tijd aan moeten besteden om te onderzoeken wat hij of zij nou eigenlijk precies wil. Je zult wel actief mee moeten denken en ook moeten aanvaarden dat er soms iets mis gaat.

Julian: Een onderzoeker moet soms inderdaad best wel veel moeite doen om erachter te komen wat nou precies zijn of haar eisen zijn. Maar ook als er eenmaal is gekozen voor een oplossing, kan het alsnog gebeuren dat het moeite kost om te zorgen dat je er iets aan hebt. Bijvoorbeeld voor die kleurplaten-survey moet de onderzoeker zelf de tekeningen aanleveren.

Martijn: Ja, het is wat dat betreft echt een wisselwerking en je zult er als onderzoeker ook gewoon tijd en heel veel aandacht aan moeten besteden wil het slagen. Tot nu toe gaat dat trouwens erg goed, al onze aanvragers zijn meewerkend en heel geïnteresseerd in hoe het gaat.

Jullie zijn dus in verschillende rollen betrokken bij projecten, van adviseur, tot programmeur die bestaande software uitwerkt en toespitst voor een specifiek project, tot het bouwers van hele nieuwe applicaties. Wat is jullie favoriete project tot nu toe?

Julian: Ik heb er tot nu toe eentje gedaan, die online survey met de kleurplaten, en dat vond ik een heel leuk en leerzaam project. Ik ben daar nu bijna mee klaar en ga dan aan de slag met een aanvraag voor een project waarvoor data verzameld moet worden uit tekstcorpora op internet. Die websites bieden die teksten heel gebruiksonvriendelijk aan. De onderzoekster moet daar steeds per pagina doorheen om er met de hand de gewenste kolom uit een tabel te selecteren en te kopiëren naar een document. Tabellen op websites zijn daar helemaal niet geschikt voor, dus er komt ook van alles mee waar ze niet om gevraagd heeft en dat ze er dan weer uit moet gaan knippen. Dat is een heel gedoe, dus ik schrijf voor haar een script dat die data er automatisch af haalt. Dat is een mooi voorbeeld van een kleine programmeerklus.

Martijn: Ik ben nu ook bezig met een heel uitgebreid project. Het gaat in eerste instantie om een tool waarmee je stambomen die mensen zelf gemaakt hebben kunt controleren op fouten. Als je er een stamboom in invoert, controleert het programma die en je krijgt een melding als bijvoorbeeld blijkt dat iemand kind is van twee verschillende families tegelijk. Dat kan natuurlijk normaal gesproken niet, tenzij het gaat om adoptie, maar dan moet dat ook aangegeven staan in het bestand. Of er staat iemand in bij wie de sterfdatum voor de geboortedatum valt. Het systeem controleert in hoeverre er rare dingen in die stambomen staan. Uiteindelijk kunnen ingevoerde stambomen onder andere gebruikt voor demografische onderzoeken. Zo krijg je een win/win arrangement. Degenen die hun stamboom inleveren, worden geholpen om deze te verbeteren. En de onderzoekers kunnen beschikken over data die betrouwbaarder zijn dan anders het geval was geweest.

Merken jullie in de aanvragen iets van een voorkeur van bepaalde disciplines voor het werken met digitale tools?

Martijn: In de eerste aanvraagronde, de ronde vóór die van afgelopen augustus, waren er best veel aanvragen met een taalkundige achtergrond. Er was bijvoorbeeld een project waarvoor een onderzoeker graag online audiofragmenten wilde laten opnemen van respondenten. Er is een bestaand programma waarmee je via het web surveys kan afnemen (LimeSurvey), en ik heb een mogelijkheid toegevoegd om ook audiovragen af te kunnen spelen en audio-opnames te kunnen maken. We hebben ook nog een aanvraag gehad van iemand die onderzoek deed naar oud-Nederlands en daarvoor hebben we hem geholpen met uitbreidingen op een annotatiesysteem dat hij van de grond af had opgebouwd.

Julian: Maar we krijgen absoluut niet alleen maar taalkundige aanvragen, we hebben bijvoorbeeld ook aanvragen gekregen vanuit de historische hoek.

Martijn: Ja, er is bijvoorbeeld een aanvraag over geleerdenbrieven. Er bestaat een corpus (ePistolarium) met daarin onder andere brieven van Huygens, en de onderzoeker wil uitzoeken in hoeverre de attitude van Huygens ten opzichte van opmerkelijke gebeurtenissen in zijn tijd verschilt naar gelang zijn relatie met de geadresseerde. Een andere aanvraag heeft betrekking op een Duitse onderzoeksgroep die onderzoek heeft gedaan naar de opkomst van liberalisme in Duitsland aan de hand van een corpus van krantenartikelen. De technische architectuur die ze daarvoor gebruikt hebben is best wel ingenieus, en de vraag aan ons is eigenlijk: kunnen wij een Nederlands corpus aansluiten op die programmatuur en zorgen dat dat precies hetzelfde werkt? Dat is weer een duidelijk voorbeeld van iets dat wij naturlijk niet in beperkte tijd kunnen bouwen, maar we kunnen wel op basis van de gegevens die we van die Duitse collega’s hebben aangeven wat zoiets ongeveer zal gaan kosten, wat er gedaan zou moeten worden om dat corpus om te bouwen, dat soort dingen. Dus dat is weer een voorbeeld van de adviserende rol die het Lab ook heeft.

Voor meer informatie over het Digital Humanities Lab, de programmeurs, of de projecten waarover wordt gesproken in dit interview kunt u contact opnemen met de coördinator van het Digital Humanities Lab, José de Kruif (J.dekruif@uu.nl). U kunt ons ook bereiken via digitalhumanities@uu.nl.